Bullmastiff club Belgium

BBC

Rasstandaard


Het korrekte type is vastgelegd in de standaard van het ras. De rastypischheid bestaat uit een aantal lichamelijke eigenschappen die het ras kenmerken. De rastypischheid is de basis die noodzakelijk is voor een raszuivere hond.
Om in staat te zijn de Bullmastiff in een oogopslag te kunnen onderscheiden van andere rassen, moet de hond opvallende en kenmerkende eigenschappen hebben.
De omschrijving van een Bullmastiff ligt vast. Voor het fokken van raszuivere Bullmastiffs is dus geen inventiviteit nodig. Fokken is alleen het oppakken van de draden van het genetische kleed dat is gewoven door vroegere fokkers. Elke fokker moet fokken volgens de bestaande standaard. De uitleg van de standaard door de fokker geeft de verschillen aan in elke lijn, maar uiteindelijk zal in een ideale situatie elke hond van het ras meer op de andere moeten lijken, dan er verschillen mogen zijn. Dit is de uniformiteit, de eensluidendheid van het rastype.
Algemeen beeld:
Krachtig gebouwd, symmetrisch, met veel massa, maar niet lomp, evenredig actief.
Karakteristieken:
Krachtige bouw, uithoudingsvermogen, actief en betrouwbaar.
Hoofd en schedel:
Schedel groot en vierkant vanuit elke hoek bekeken, met plooivorming als hij geïnteresseerd is maar niet in rust. De omvang van de schedel mag evenveel centimeters meten als de hoogte van de schoft. De schedel moet breed en diep zijn, met goed opgevulde kaken. Geprononceerde stop. Voorsnuit kort. De afstand van de neuspunt tot de stop moet bij benadering eenderde zijn van neuspunt tot de occiput. Breed onder de ogen. De neusrug is breed tot het einde bij de neuspunt. De voorsnuit is stomp en vierkant en vormt een rechte hoek met de lijn over de neusrug. De massa van de voorsnuit moet in overeenstemming zijn met de massa van de schedel. De onderkaak moet breed blijven tot het einde. De neusspiegel moet breed zijn, met wijd geopende neusgaten. De neus ligt vlak, noch puntig noch opwaarts gebogen. De lippen niet overhangend, nooit beneden de onderkant van de onderkaak.
Ogen:
Donker of hazelnootkleurig en van middelmatige grootte, zover uit elkaar geplaatst als de breedte van de neusrug en tussen de ogen een groeve. Lichte of gele ogen hoogst ongewenst.
Oren:
V-vormig naar achteren gevouwen. Hoog en ver uit elkaar aangezet en geeft met de bovenkant van de schedel een vierkante indruk, welke zeer belangrijk is. De oren zijn klein en donkerder van kleur dan de kleur op het lichaam. De punt van het oor komt ter hoogte van het oog wanneer de hond alert is. Rose-oor is hoogst ongewenst.
Mond en gebit:
Gebit bij voorkeur tanggebit, lichte ondervoorbeet is toegestaan doch niet geprefereerd. Hoektanden groot ontwikkeld en ver uit elkaar geplaatst. Overige tanden sterk, recht en goed geplaatst.
Hals:
Goed gebogen en van middelmatige lengte, zeer gespierd en van bijna dezelfde omtrek als de omvang van de schedel.
Voorhand:
Borst breed en diep, goed tussen de voorbenen geplaatst met een diepe voorborst. Gespierde schouders, schuin liggend en krachtig maar niet beladen. Voorbenen krachtig en recht met zwaar bot. Goed uit elkaar geplaatst zodat er een krachtig recht front ontstaat. Sterke en rechte middenvoeten.
Lichaam:
Rug kort en recht, wat de hond een compacte indruk geeft, doch nooit zo kort dat het hinderlijk wordt bij de beweging. Karperruggen en doorgezakte ruggen hoogst ongewenst.
Achterhand:
De lendenen zijn breed en gespierd met behoorlijk diepe flanken. Achterbenen sterk en gespierd met goed ontwikkelde onderdijen, die kracht en beweeglijkheid geven. Nooit lomp. Hakken middelmatig gehoekt. Koehakkig is hoogst ongewenst.
Voeten:
Goed gebogen tenen (katvoet) met harde teenkussens. Donkere teennagels gewenst. Spreidtenen hoogst ongewenst.
Staart:
Hoog aangezet-breed bij de aanzet, smal uitlopend en tot de hak reikend. Hij wordt recht of licht gebogen hangend gedragen, doch nooit zo ver over de rug of zo hoog als bij brakken. Knik of kronkelstaarten hoogst ongewenst.
Beweging:
De beweging toont kracht en straalt vastberadenheid uit. Als de hond recht loopt mogen voor- noch achterbenen elkaar kruisen. Het rechtervoorbeen en linker achterbeen worden tegelijk voortbewogen. Een goede ruglijn gecombineerd met een krachtige achterhand geeft een goede balans en een harmonisch gangwerk.
Vacht:
Kort en hard, weerbestendig, vlak aanliggend.
Lang, zijdeachtig of wollige vacht is hoogst ongewenst.
Kleur:
ledere tint van gestroomd, zandkleurig of rood. De kleur dient zuiver te zijn. Een kleine witte aftekening op de borst is toegestaan. Andere witte aftekeningen zijn ongewenst. Een zwarte voorsnuit is essentieel, omhooglopend afnemend tot en zwart rond de ogen. Dit geeft de typische expressie.
Schofthoogte:
Reuen: 63,5 cm tot 68,5 cm.
Teven: 61 cm tot 66 cm.

Gewicht:
Reuen: 49,9 kg. tot 59 kg.
Teven: 41 kg. tot 49,9 kg.
Fouten:
ledere afwijking van de voorgenoemde punten moet als fout gezien worden. De waarde van die fout moet ten opzichte van het totaal aangerekend worden. Reuen moeten twee ingedaalde testikels hebben en zichtbaar zijn in het scrotum.
FCI standard nr. 157c - Goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de FCI op 23 en 24 juni 1987 te Jerusalem.

 

BULLMASTIFF BREED STANDARD


ORIGIN : Great-Britain.
DATE OF PUBLICATION OF THE ORIGINAL VALID STANDARD : 24.06.1987.
UTILIZATION : Watch-dog.
CLASSIFICATION F.C.I. : Group 2 Pinscher and Schnauzer-Molossoid breeds-Swiss Mountain- and Cattle Dogs and other breeds.
Section 2.1 Molossoid breeds,
Mastiff type.
Without working trial.
GENERAL APPEARANCE : Powerful build, symmetrical, showing great strength, but not cumbersome, sound and active.
BEHAVIOUR / TEMPERAMENT : Powerful; enduring, active and reliable. High spirited, alert and faithful.
HEAD : Broad and deep.
CRANIAL REGION :
Skull : Skull large and square, viewed from every angle, fair wrinkle when interested, but not when in repose. Circumference of skull may equal height of dog measured at top of shoulder.
Stop : Pronounced.
FACIAL REGION :
Nose : Nose broad with widely spreading nostrils; flat neither pointed nor turned up in profile.
Muzzle : Muzzle short; distance from tip of nose to stop approximately one third of length from tip of nose to centre of occiput, broad under eyes and sustaining nearly same width to end of nose; blunt an cut off square, forming right angle with upper line of face, and at same time proportionate with skull.
Lips : Flews not pendulous, never hanging below level of lower jaw.
Jaws/Teeth : Underjaw broad to end. Level desired but slightly undershot allowed but not preferred. Canine teeth large and set wide part, other teeth strong, even and well placed.
Cheeks : Well filled.
Eyes : Dark or hazel, of medium size, set apart the width of muzzle with furrow between. Light or yellow eyes highly undesirable.
Ears : V-shaped, folded back, set on wide and high, level of occiput giving square appearance to skull which is most important. Small and deeper in colour than body. Point of ear level with eye when alert. Rose ears highly undesirable.
NECK : Well arched, moderate length, very muscular and almost equal to skull in circumference.
BODY :
Back : Back short and straight, giving compact carriage, but not so short as to interfere with activity. Roach and sway backs highly undesirable.
Loins : Loins wide and muscular with fair depth of flank.
Chest : Chest, wide and deep, well let down between forelegs, with deep brisket.
TAIL : Set high, strong at root and tapering, reaching to hocks, carried straight or curved, but not found fashion. Crank tails highly undesirable.
LIMBS
FOREQUARTERS : Forelegs powerful and straight, well boned, set wide apart, presenting a straight front.
Shoulders : Shoulders muscular, sloping and powerful, not overloaded.
Pasterns : Pasterns straight and strong.
HINDQUARTERS : Hindlegs strong and muscular.
Second thigh : Well developed second thighs, denoting power and activity, not cumbersome.
Hock : Hocks moderately bent. Cow hocks highly undesirable.
FEET : Well arched, cat like, with rounded toes, pads hard. Dark toe nails desirable. Splayed feet highly undesirable.
GAIT / MOVEMENT : Movement indicates power and sense of purpose. When moving neither front nor hind legs should cross or plait, right front and left rear leg rising and falling at same time. A firm backline unimpaired by powerful thrust from hindlegs denoting a balanced and harmonious movement.
COAT
HAIR : Short and hard, weather resistant, lying flat to body. Long, silky or woolly coats highly undesirable.
COLOUR : Any shade of brindle, fawn or red; colour to be pure and clear. A slight white marking on chest permissible. Other white markings undesirable. Black muzzle essential, toning off towards eyes, with dark markings around eyes contributing to expression.
SIZE AND WEIGHT :
Height at withers : Dogs 63,5-68,5 cm (25-27 ins).
Bitches 61 - 66 cm (24-26 ins).
Weight : Dogs 49,9-59 kg (110-130 lbs).
Bitches 41 -49,9 kg ( 90-110 lbs).
FAULTS : Any departure from the foregoing points should be considered a fault and the seriousness with which the fault should be regarded should be in exact proportion to its degree and its effect upon the health and welfare of the dog.
Any dog clearly showing physical or behavioural abnormalities shall be disqualified.
N.B. : Male animals should have two apparently normal testicles fully descended into the scrotum.

Home
Standard
History
Committee
Calender
Show -Top dog competition
Membership
Links
Contact
Dekreuen / Breed males